Belastingrente vennootschapsbelasting terecht hoger dan voor andere belastingen?

Is de belastingrente voor de vennootschapsbelasting onrechtmatig hoog?

De Hoge Raad onderzoekt of het percentage van de belastingrente terecht alleen bij belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting is verhoogd tot acht.

De Hoge Raad overweegt in de eerste plaats dat belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting en belastingplichtigen voor andere belastingen met het oog op de berekening van belastingrente zijn te beschouwen als gelijke gevallen.

Kort gezegd veegt de Hoge Raad vervolgens de vloer aan met alle argumenten die het Ministerie aanvoert voor deze selectieve verhoging. De Hoge Raad heeft geen gronden kunnen vinden die het hogere belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting zouden kunnen rechtvaardigen.

Voor de selectieve renteverhoging voor vennootschapsbelastingplichtigen ontbreken dus redelijke rechtvaardigingsgronden. Er is een lastenverzwaring doorgevoerd waardoor extra lasten op het gebied van de belastingrente zonder goede grond bij slechts één groep belastingplichtigen zijn gelegd. Dat in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en bovendien met het gelijkheidsbeginsel. De regeling is daarom onverbindend en moet als gevolg daarvan buiten toepassing blijven. Voor dat geval is tussen partijen niet in geschil dat de belastingrente in dit geval moet worden berekend op basis van een percentage van 4.

De Hoge Raad geeft, gezien de vele procedures die over deze kwestie lopen, ook nog aan dat het voor de vennootschapsbelasting geldende percentage van de belastingrente moet worden bepaald op het percentage dat ook geldt voor andere belastingen.

Let op: De uitspraak heeft verstrekkende gevolgen. Ook na 2023 was de belastingrente voor vennootschapsbelasting hoger vastgesteld dan voor andere belastingen. De landelijke pers spreekt over een bedrag van 1,3 miljard euro dat ondernemers teveel hebben betaald door deze onrechtmatige regelgeving.

a2hs_explain
a2hs_tap
a2hs_then